Vossenlintworm: gevaarlijk voor de mens!

Vossen kunnen vossenlintworm (hondenlintworm of Echinococcus) eitjes uitscheiden die via de hond, kat of het eten van (besmette) bosvruchten zeer ernstige gevolgen kunnen hebben voor de mens. De larven kunnen in de lever (maar ook in longen, hart, botten, hersenen of de nieren) terecht komen met alle gevolgen van dien. Als mens kun je zelfs komen te overlijden aan deze besmetting.
 
Leefgebied en verspreiding
 
De vos komt overal voor op het noordelijk halfrond, behalve in hooggebergte. In Nederland voornamelijk op de hogere gronden, maar dit breidt zich gestaag uit naar laaggelegen delen in het noorden en westen. Ook in de duinstrook tussen Noord- en Zuid-Holland komen vossen voor (waarschijnlijk nadat ze door mensen daar zijn uitgezet). Van nature komen vossen niet voor op de Waddeneilanden. Met enige regelmaat wordt een vos daar naartoe gebracht door mensen. Deze vossen worden zo snel mogelijk gedood, omdat de vos anders enorme schade toebrengt aan de vele vogels die er op de grond broeden.
 
De vos komt in vele leefgebieden voor, zowel in bos en parken, heide en venen, duinen, polders en landbouwgebieden, maar ook aan de randen van of in dorpen en steden. Hij leeft waar voldoende voedsel en dekking is en jaagt bij voorkeur in het overgangsgebied van biotopen, omdat daar het meeste voedselaanbod is. Juist op die plaatsen laten ook veel mensen hun hond uit, waardoor de hond besmet kan worden met vossenlintworm. Dat zal bij de hond (of kat) geen ziekte verschijnselen veroorzaken. Maar de mens kan als tussengastheer cysten in verschillende organen krijgen, met zeer ernstige gevolgen.
 
Een vos is maar weinig groter dan een flinke kat, hoewel hij door zijn lange vacht en dikke staart vooral 's winters heel groot lijkt. De ontlasting van de vos is dan ook moeilijk te onderscheiden met die van de kat qua grootte en vorm. En omdat ze daarnaast ook nog schuw zijn voor de mens, is het niet altijd zeker hoe groot het leefgebied van vossen is. Vossen kunnen eitjes van de vossenlintworm uitscheiden waar de mens heel ziek van kan worden. Het is dus van groot belang voor de volksgezondheid om te weten waar de vossen hun leefgebied hebben én waar de vossen besmet zijn met vossenlintworm.
 
Wat is de vossenlintworm
 
De vossenlintworm is een kleine lintworm die vooral bij vossen kan voorkomen. De parasiet zelf en de eitjes zijn niet met het blote oog te zien. Echinococcus multilocularis (hondenlintworm of vossenlintworm), leeft in de darmen en is 1 tot 4 mm lang. De vos is de eindgastheer, maar ook honden en katten kunnen eindgastheer zijn.
 
Bij tussengastheren leeft de parasiet als ‘blaasworm’, dat wil zeggen het stadium als larve. Als tussen-gastheer treden (wilde) knaagdieren op, maar soms ook mensen. De mens kan alveolaire (blaasvormige) echinococcose oplopen door eieren van de vossenlintworm op te nemen. De mens kan dan cysten krijgen in verschillende organen zoals de lever (maar ook in longen, hart, botten, de hersenen of de nieren), met zeer ernstige gevolgen.
 
In Nederland komt ziekte door de vossenlintworm bij mensen gelukkig maar zeer zelden voor. De ziekte is niet van mens op mens overdraagbaar.
 
Besmetting
 
Naast vossen kunnen honden of eventueel katten, die een besmet wild knaagdier opeten, ook eindgast-heer zijn. De lintworm die in vossen of deze huisdieren ontstaat, zal eitjes uitscheiden die met de ontlasting in de omgeving terecht komen.
 
Van deze lintwormsoort kan de mens ook tussengastheer zijn. Tussengastheren besmetten zich door het opeten van eitjes die in het milieu terecht komen. Besmetting van mensen kan optreden doordat eitjes in de ontlasting van vossen, die in het milieu terecht gekomen zijn, op voedsel terecht komen dat niet verhit wordt. Bijvoorbeeld wilde bessen of paddenstoelen uit het bos. Ook via de ontlasting van besmette honden en (in mindere mate) katten kunnen de eitjes in de omgeving terecht komen. Door bijvoorbeeld tuinieren kan de mens in contact komen met de besmette aarde en kunnen de eitjes worden overgebracht.
 
De hond kan door zijn vacht te likken gemakkelijk de plakkerige eitjes vanonder zijn staart over zijn hele lichaam uitsmeren. Door het aaien van, of gelikt worden door een besmette hond kan deze lintworm-soort ook worden overgebracht.
 
Ziekteverschijnselen mens
 
Infectie met E. multilocularis kan zeer ernstige gevolgen hebben. Grootte, plaats en groeisnelheid van het larvale stadium bepalen welke symptomen op de voorgrond treden. De infectie begint bijna altijd in de lever; in meer dan 90% van de gevallen vormen zich hier de afwijkingen (grote blaasvormige verande-ringen). Het larvale stadium van E. multilocularis groeit invasief door in andere organen en bloedvaten. Ondanks alle schade die aangericht wordt, kan het wel 5 tot 15 jaar duren voordat klachten duidelijk naar voren komen. Bij een ernstige aantasting van de lever zonder behandeling is de kans groot dat de patiënt hieraan komt te overlijden.
 
De vossenlintworm is in de vos moeilijk te bestrijden. Wel kunnen mensen het risico om eitjes binnen te krijgen beperken. Daarom wordt het afgeraden om rauwe bessen (bijvoorbeeld bramen) of padden-stoelen te eten die groeien op de plaatsen waar vossen leven en in die gebieden waar lintworm bij de vos is aangetoond (in Nederland in delen van Zuid-Limburg en Oost-Groningen). Ook wordt afgeraden om dode vossen aan te raken wanneer men die vindt. Er wordt verder aangeraden om in gebieden met besmette vossen handschoenen te gebruiken bij tuinieren. Daarnaast moeten honden en katten regelmatig behandeld worden met MilbemaxÒof Drontal Ò. De beste preventie bij risicodieren (jachthonden, uitlaten in besmette gebieden, enz.) is een maandelijkse (ontwormings)behandeling.
 
Door: Marèse van Haneghem, dierenarts Dierenkliniek Kortenoord, Wageningen
Bron vermelding: RIVM en Maag-Darm-Lever Stichting