Exercise Induced Collapse
Inspannings geïnduceerde collaps bij Labrador Retrievers en aanverwante rassen

Vertaling door Gondje van Zinnicq Bergmann

Het syndroom van inspanningsintolerantie en collaps (EIC) komt regelmatig voor bij jonge volwassen Labrador Retrievers. Bijna een decennium lang is er een uitgebreid onderzoek van de EIC bij Labrador Retrievers uitgevoerd, door onderzoekers van de Universiteit van Minnesota (EE Patterson, JR Mickelson, KM Minor), de University van Saskatchewan (SM Taylor, CL Shmon), en de Universiteit van Californië (GD Shelton). De doelstellingen van dit onderzoek zijn : (1) een beschrijving van het syndroom zodat deze kan worden herkend door hondeneigenaren, dierenartsen en trainers, (2) een grondige evaluatie van de getroffen honden om te komen tot een snelle diagnose en om enig inzicht te verkrijgen in de oorzaak van de collaps, (3) het bepalen van de wijze van vererving en de genetische basis voor EIC, (4) om een DNA-test voor de aandoening te ontwikkelen.
Dit artikel geeft een samenvatting van wat er bekend is over het syndroom van Exercise Induced Collapse bij Labrador Retrievers.

WELKE HONDEN KRIJGEN HET ??
Het syndroom van de inspanningsintolerantie en collaps (EIC) wordt in toenemende frequentie waargenomen bij jonge volwassen Labrador Retrievers. De meeste, maar niet alle, stammen af van de fieldtrial lijnen. Zwarte, gele en chocolade labradors van beide geslachten kunnen aan deze aandoening lijden, waarbij de verdeling van kleuren en geslachten de typische verdeling in veldproeven weerspiegelen (zwarte mannetjes meest voorkomend). Eerste verschijnselen zien we bij jonge honden - meestal tussen 5 maanden en 3 jaar (gemiddeld 14 maanden). Bij honden gebruikt voor veldproeven, zien we dat dit meestal samenvalt met de leeftijd waarop zij met zware training beginnen. Nestgenoten en andere aanverwante honden hebben vaak ook problemen, maar afhankelijk van hun temperament en levensstijl, zullen de symptomen zich al dan niet manifesteren. Getroffen honden met symptomen van EIC worden meestal beschreven als extreem fitte, gespierde, atletische exemplaren van hun ras met een prikkelbaar temperament en veel passie. Deze ziekte is ook aangetroffen bij Chesapeake Bay Retrievers en Curly-Coated Retrievers.

BESCHRIJVING VAN DE COLLAPS
Getroffen honden kunnen wel een milde tot matige inspanning verdragen, maar 5 tot 20 minuten van zware inspanning met extreme opwinding induceert zwakte en vervolgens door de poten zakken en niet meer kunnen staan. Honden die de aandoening in sterke mate hebben kunnen de problemen tijdens zwaardere training iedere keer krijgen - andere honden vertonen de klachten slechts sporadisch. Het eerste wat geconstateerd wordt is meestal een schommelende of geforceerde gang. De achterste ledematen worden zwak en zijn niet in staat om gewicht te dragen. Veel lijders lopen door met slepende achterpoten. Sommige van de honden lijken ongecoördineerd, vooral in de achterste ledematen, met een wijde lange, losse stap in plaats van de korte, stijve stappen welke doorgaans geassocieerd worden met spierzwakte. Bij sommige honden kan de collaps van de achterste ledematen zich uitstrekken tot een zwakte van de voorpoten en zelfs tot een totaal onvermogen om te bewegen. Bij sommige honden lijkt er een verlies van evenwicht te zijn en zij kunnen omvallen, vooral als zij herstellende zijn van een totale collaps. De meeste honden zijn tijdens de collaps wel bij bewustzijn en alert en zullen nog steeds proberen te lopen en op te staan, zo'n 25% van de getroffen honden lijken suf of gedesoriënteerd tijdens de aanval. Het is gebruikelijk dat de symptomen verergeren gedurende 3 tot 5 minuten, zelfs na beëindiging van de training. OPMERKING: Een paar aan deze ziekte lijdende honden zijn overleden tijdens het sporten of tijdens de rust direct na een episode van de EIC; het is daarom zeer belangrijk een getroffen hond direct rust te geven bij het eerste symptoom van incoördinatie of zwakte.

HERSTEL
De meeste honden herstellen snel en zijn normaal binnen 5 tot 25 minuten zonder restverschijnselen van zwakte of stijfheid. Honden zijn niet pijnlijk tijdens de collaps of na herstel. Massage van de spieren of palpatie van de gewrichten of wervelkolom veroorzaakt geen ongemak. Lichaamstemperatuur De lichaamstemperatuur is normaal in rust bij honden met EIC, maar is bijna altijd sterk toegenomen ten tijde van de collaps (temperatuur boven 41,5 C). Er is experimenteel aangetoond, dat klinisch normale Labrador Retrievers die dezelfde oefeningen 10 minuten routinematig deden, ook dezelfde sterke verhoging van de lichaamstemperatuur hadden maar deze vertoonden geen tekenen van zwakte, door de benen zakken of desoriëntatie (American Journal of Veterinary Research 60 (1) :88-92, 1999). Honden met EIC gaan hard hijgen tijdens het moment van de collaps, in een poging om af te koelen, maar dit is vergelijkbaar met normale honden die op dezelfde manier geëxerceerd worden. De tijd die het kost voor honden met EIC om hun lichaamstemperatuur terug naar hun rusttemperatuur te laten dalen na de inspanning is niet verschillend van die bij normale Labrador Retrievers. Hoewel de temperatuur een rol kan spelen in de EIC en zelfs kan bijdragen aan de dood van sommige lijders, is onvermogen om de temperatuur goed te reguleren niet het onderliggende probleem bij honden met EIC.

FACTOREN DIE BIJDRAGEN AAN DE COLLAPS
Omgevingstemperatuur Werkelijke omgevingstemperatuur lijkt niet een kritische factor voor de collaps te zijn, maar als de temperatuur veel warmer of de luchtvochtigheid veel hoger is dan wat de hond gewend is, wordt de collaps meer waarschijnlijk. Overmatig hijgen (hyperventilatie) bij warm weer kan een bijkomende factor zijn. Getroffen honden hebben minder kans op collaps bij koud weer of tijdens het zwemmen, maar sommige honden hebben collaps vertoond tijdens het breken van ijs bij het ophalen van watervogels bij ijskoude temperaturen. Opwinding/soort training Honden die de symptomen van EIC vertonen hebben vaak een intense, prikkelbare persoonlijkheid en het is zeer duidelijk dat hun niveau van opwinding een rol speelt in het induceren van de collaps. Er zijn enkele honden met ernstige EIC waarbij, als ze extreem enthousiast zijn, maar hele lichte inspanning vereist is om de collaps te veroorzaken. Honden met EIC hebben de meeste kans op een collaps wanneer ze betrokken zijn bij activiteiten die ze heel spannend of stressvol vinden. Dit kan onder meer het ophalen van levende vogels, deelname aan veldproeven en oefeningen met elektrische halsband zijn.

VETERINAIRE EVALUATIE / DIAGNOSE STELLING
Hart- en spieronderzoeken zijn normaal bij honden met EIC, net zoals het routinematige bloedonderzoek in rust en tijdens een episode van zwakte. Ook is neurologisch onderzoek normaal in rust, maar de kniepeesreflex is verminderd of afwezig bij honden met EIC tijdens de aanval en deze zijn weer normaal nadat de hond volledig is hersteld, wat meestal zo'n 10 tot 30 minuten duurt. Bij deze honden worden geen hartritmestoornissen, lage bloedsuiker, elektrolytverstoringen of respiratoire problemen waargenomen, die de collaps zouden kunnen verklaren. De lichaamstemperatuur is opmerkelijk verhoogd tijdens de collaps (gemiddelde 41.7C, vaak tot 42.2C, maar deze mate van lichaamstemperatuurverhoging wordt ook gevonden in de normale inspannings-tolerante Labradors). Lijders hyperventileren en er treedt een sterke verandering op in hun bloed kooldioxide-concentratie (verlaagd) en hun bloed-pH (verhoogd), maar deze veranderingen zijn ook waargenomen bij de training van normale honden. De test voor myasthenia gravis (ACH-R ABY) is negatief. Schildklier functie (T 4, TSH) en bijnier cortisol productie (ACTH stimulatie test) lijken normaal. Honden met EIC zijn negatief voor de bekende genetische mutatie die maligne hyperthermie bij honden veroorzaakt (mutatie van de skeletspieren ryanodine receptor RyR1). EIC is de meest voorkomende reden voor de inspannings/ opwinding veroorzaakte collaps bij de jonge, ogenschijnlijk gezonde Labrador Retrievers. Tot voor kort kon EIC alleen worden gediagnosticeerd door systematisch uitsluiten van alle andere aandoeningen die inspanningsintolerantie en collaps veroorzaken en door het observeren van karakteristieke klinische kenmerken, de geschiedenis en laboratoriumgegevens van de getroffen honden. Elke Labrador Retriever met inspanningsintolerantie dient altijd een compleet diergeneeskundig onderzoek te ondergaan ter uitsluiting van behandelbare aandoeningen zoals orthopedische aandoeningen, hartfalen, bloedarmoede, hartritmestoornissen, ademhalingsproblemen, laag bloedsuiker, cauda equina syndroom, myasthenia gravis, hypoadrenocorticisme en spierziekten. Genetische (DNA) testen voor EIC zijn nodig om een vermoedelijke diagnose van EIC te bevestigen.

VOORUITZICHTEN OP LANGE TERMIJN
Honden met symptomatische EIC zijn zelden in staat om de training of wedstrijd voort te zetten. Maar als eigenaren de intense oefening en opwinding weten te beperken kunnen de honden een redelijk normaal leven lijden. Bij veel honden lijken de problemen te verdwijnen als ze ouder worden, door het vertragen van hun activiteiten en verlagen van hun opwindingsniveau. Het is belangrijk dat eigenaren van honden met EIC erop gewezen worden dat de training van de hond moet worden gestaakt bij de eerste verschijnselen van incoördinatie of zwakte vanwege het overlijdensrisico.

BEHANDELING
De beste behandeling bestaat uit het vermijden van intensief oefenen in combinatie met extreme opwinding en beëindiging van de oefening bij de eerste tekenen van zwakte. Een paar honden hebben echter goed gereageerd op een medische behandeling waarna zij opnieuw konden trainen en deelnemen aan wedstrijden op hoog niveau. Er is een aantal meldingen van zwaar getroffen honden die verbeteren wanneer zij werden behandeld met fenobarbital (2 mg/kg 1 of tweemaal daags). Hoe dit medicijn werkt bij honden met EIC is nog onbekend. Het is mogelijk dat dit medicijn gewoon het niveau van opwinding van de hond verlaagt, waardoor het minder waarschijnlijk is dat zij een aanval zal krijgen. Dit geneesmiddel mag alleen worden toegepast onder streng diergeneeskundig toezicht.

WAT TE DOEN ALS UW HOND DOOR EIC WORDT GETROFFEN
Als een hond gediagnosticeerd is op EIC (dwz DNA bloedtest positief op twee allelen) dient deelname aan activiteiten die een trigger (veroorzaker) kunnen zijn te worden beperkt en de hond nauwlettend gecontroleerd te worden zodat de oefening kan worden beëindigd bij het eerste teken van zwakte/instabiliteit. Als de hond instort: (1) Zorg ervoor dat hij/zij vrij kan ademen zodat via het hyperventileren warmte afgeblazen kan worden (2) aanbod van water en ijs op de tong (3) de hond koelen door onderdompeling in koud water of nat maken (4) de hond rustig houden totdat hij volledig is hersteld.

DIFFERENTIATIE EIC VAN:
een beroerte veroorzaakt door oververhitting Bij door oververhitting veroorzaakte collaps bij honden zien we een langzame of verlengde hersteltijd, variërend van enkele uren tot dagen of verergering die tot de dood kan leiden. Laboratoriumonderzoek laat een drastische toename zien in spier enzymen (Creatininekinase (CK), meestal 7-11x normaal). Bij deze honden komt bij 80% van de getroffen honden een belangrijke endotheel schade voor die leidt tot microvasculaire trombose, diffuse intravasale stolling, trombocytopenie en bloedingen alsook acuut nierfalen. Dit in tegenstelling tot honden met EIC collaps: deze hebben geen aan te tonen laboratoriumafwijkingen en ze herstellen snel en rennen al weer rond binnen 5 tot 25 minuten.

Andere ziektes waarvan gedifferentieerd moet worden zijn: Maligne hyperthermie(MH) Spieren zullen stijf zijn en niet slap zoals bij EIC en er is een verhoogd CK in het bloedserum hypoventilatie ipv hyperventilatie Mitochondriale myopathie Een metabole spieraandoening die ook aan te tonen is bij milde inspanning Epilepsie In sommige gevallen een plotse collaps zonder bewustzijnverlies die kan gelijken op EIC. EIC wordt vaak wat geleidelijk ernstiger gedurende de aanval.

ERFELIJKHEID
EIC is een erfelijke aandoening, waarbij vaak meerdere nestgenoten symptomen hebben. Klinisch onaangetaste teven en reuen kunnen nesten produceren met meer dan één getroffen pup. Genealogische analyse steunt een autosomale recessieve wijze van overerving. Aan de Universiteit van Minnesota werd DNA, verkregen uit het bloed van de getroffen honden en hun familieleden, gebruikt om een volledige genoomscan te verrichten om een genetische marker voor EIC te identificeren en te zoeken naar de genetische mutatie waardoor EIC ontstaat. In 2007 is de chromosomale locus (site) van de mutatie gevonden op chromosoom 9 en de genetische mutatie die verantwoordelijk is voor gevoeligheid voor EIC werd geïdentificeerd. Dit is een mutatie in het gen voor dynamin-1, een eiwit dat alleen voorkomt in de hersenen en het ruggenmerg waar het een belangrijke rol speelt bij het vormen van synaptische blaasjes met neurotransmitters. DNM1 is niet nodig tijdens een laag niveau van neurologische stimulatie, maar wel als een verhoogde prikkel een extra vraag naar het vrijkomen van neurotransmitters in het centraal zenuwstelsel opwekt (zoals bij intensieve oefening, een hoog niveau van opwinding en misschien verhoogde lichaamstemperatuur). DNM1 is essentieel voor de langdurige synaptische prikkeloverdracht in de hersenen en het ruggenmerg.